Organisatie
De Vlaamse Olympiade Latijn en Grieks is een prestigieuze vertaalwedstrijd die zich richt tot leerlingen van het vijfde jaar middelbaar onderwijs van alle Vlaamse scholen. De wedstrijd wordt georganiseerd door het Vlaamse Arpinocomité, een werkgroep waarin, onder het voorzitterschap van de heer P. Michielsens, inspecteur-generaal van het Secundair Onderwijs, de universiteiten, de onderwijsverstrekkers, de onderwijsinspectie en het Nederlands Klassiek Verbond zijn vertegenwoordigd.
Deelnemers
In totaal namen 90 klassen uit het katholiek en gemeenschapsonderwijs deel aan de wedstrijd.
De bekroonde vertaling van het Sint-Godelievecollege werd gemaakt door de klas 5e Latijn-Moderne Talen en Latijn-Wiskunde, met name:
Delphine Canakiah, Julius De Buysere, Niels Dekesel, Sam Ghesquière, Sarah Heindryckx, Vincent Vandeputte, Nick Vermeersch, Liesbeth Claeys, Fleur Cordier, Beau De Buysere, Jeroen Degeyter, Leander Dekeyzer, Alana Deprince, Sarah Deruyter, Mathijs Dumarey, Aurélien Goemaere, Hàyke Logier, Stefanie Lombaert, Pauline Tomassen, Kjell Vermote, Tatiana Verstraete.
De begeleidende leerkracht was Johan Broucke.
Opgave en werkwijze
Een fragment uit de twaalfde zang van de Aeneïs, het monumentale epos van de Romeinse dichter Vergilius moest in poëtisch Nederlands vertaald worden. Onder de leiding van de leerkracht Latijn werd de tekst geanalyseerd en geïnterpreteerd. In een eerste fase werd de tekst door elke leerling individueel vertaald. Daarna groeide in een klassikale confrontatie van de voorgestelde vertalingen een ‘ideale’ vertaling, die als eindproduct werd ingezonden.
Criteria van de jury
De jury verwachtte een vertaling in een verzorgd, vlot leesbaar en poëtisch Nederlands. Taal- en interpretatiefouten waren uit den boze. De vertaling moest stilistisch coherent zijn en getuigen van intelligentie, inlevingsvermogen en taalcreativiteit!
De vertalingen werden in eerste instantie door 5 juryleden gelezen. Vervolgens werden de beste vertalingen in een tweede fase door een nieuwe jury van 10 deskundigen gelezen en opnieuw beoordeeld. Op basis van die tweede beoordeling werd de definitieve rangschikking opgemaakt.
Proclamatie
De officiële proclamatie, met uitreiking van een getuigschrift en van prijzen (van de Vlaamse minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid, van het Arpinocomité en van het Nederlands Klassiek Verbond), gaat door op zaterdag 29 mei 2010 in de aula van de Universiteit Antwerpen.
Palmares
De Vlaamse Olympiade Latijn en Grieks is aan haar 17e editie toe. Het Sint-Godelievecollege is voor de zevende keer laureaat en behaalde ook al twee keer een eervolle vermelding!
Bekroonde vertaling
Context
Turnus wil in een duel met Aeneas de strijd beslechten. Wie wint, krijgt Lavinia (de dochter van koning Latinus en koningin Amata) als vrouw. Amata reageert afwijzend op Turnus’ beslissing.
Het fragment geeft het gesprek weer tussen koningin Amata en Turnus. Op de achtergrond en tegelijk centraal in deze scène staat de persoon om wie het allemaal draait, Lavinia. Zij komt niet aan het woord, maar zegt alles met haar blos.
De koningin was door de onverwachte wending in de strijd
helemaal van streek. Ze weende en zag haar dood al voor ogen.
Toch wilde ze haar onstuimige schoonzoon nog tegenhouden:
‘Turnus toch, ik smeek je bij mijn tranen, bij … ach als Amata’s eer
jou deert (want jij bent nu mijn enige hoop, jij en jij alleen
brengt troost in mijn trieste oude dag, jij bent de steun en toeverlaat
voor Latinus’ trotse koninkrijk, voor heel ons wankelend huis):
alstublieft, begin niet opnieuw te vechten tegen de Trojanen!
Hoe dat gevecht voor jou ook afloopt, Turnus, mij wacht hetzelfde lot.
Samen met jou zal ik dan dit gehate levenslicht verlaten,
en moet ik niet machteloos toezien hoe Aeneas mijn schoonzoon wordt.’
Toen Lavinia de klacht van haar moeder hoorde, weende ze.
Tranen rolden over haar warme wangen, een dieprode blos
gleed als een lopend vuur over haar verhitte gezichtje.
Net zoals men op Indisch ivoor schildert in purper en rood
of zoals witte lelies blozen in een boeket van rode rozen
zo verkleurde ook het gezicht van het jonge meisje.
Van liefde slaat Turnus’ hart op hol. Zijn blik blijft op haar gericht.
Zijn strijdlust wordt groter en groter; kort spreekt hij tot Amata:
‘Nee, moeder, nee, neem toch niet in tranen afscheid van mij;
dat zou een onheilsteken zijn, nu ik vertrek naar de wrede strijd.
Ook Turnus is het niet gegund uitstel te krijgen voor zijn dood.
Idmon, breng jij nu aan die heerser uit Phrygië mijn boodschap over
die hem níet zal bevallen: zodra morgen bij het ochtendgloren
Aurora op haar vuurrode wagen de hemel rood kleurt,
moet hij zijn Trojanen niet opjagen tegen de Rutuliërs.
Nee, de wapens van Trojanen én Rutuliërs moeten rusten.
Nu moeten wijzelf met ons eigen bloed de oorlog beslechten.
Wie daar de tweestrijd wint, krijgt Lavinia als vrouw!’